Blog

Gewoon een docent

Welkom op mijn site. Fijn dat je er bent! Mijn naam is Jesse Rutters en ik ben “gewoon” een docent, zoals er zoveel zijn. Maar juist in dat “gewone” schuilt iets heel bijzonders. Als je bereid bent wat beter te kijken, dan zie je als docent prachtige dingen gebeuren. Natuurlijk de bekende ‘aha-erlebnis’ wanneer bij een leerling het kwartje valt, maar ook een intiem inkijkje in misschien wel de meest fascinerende jaren in het leven van een kind: de ontwikkeling naar volwassenheid. Groei is nooit lineair, en dat geldt zeker voor de puberteit. Wij docenten mogen er zijn om kinderen op te vangen wanneer het mis gaat en vanaf de zijlijn te genieten wanneer het goed gaat. Als docent ondersteun ik leerlingen didactisch en pedagogisch, maar mijn leerlingen zijn niet de enigen die leren. Ook ik leer regelmatig en verander hoe ik naar bepaalde dingen kijk.

Met deze site wil ik verslag doen van mijn leerproces en mijn (veranderende) kijk op alles wat met onderwijs te maken heeft. Wat kun je hier verwachten? Onder andere een klein kijkje in mijn lespraktijk, mijn mening over de actualiteit, praktische tips over digitale tools die ik inzet tijdens mijn lessen en een positief geluid over onderwijs met soms een kritische noot. Laat je mij weten wat je er van vindt?

Blog

Voor even gelijk

Donderdagmiddag, ons laatste lesuur van de dag. Met ons bedoel ik de 2 basis klas die ik op dat moment lesgeef en mijzelf. De eerste veertig minuten is er nog met pijn en moeite aan een nieuwe paragraaf in het boek gewerkt, maar de aandacht voor economie is nu echt verdwenen. “Meneer, ik ga straks bij jullie scoren hè!”, zegt D. “Dat gaat je nooit lukken!”, zeg ik, “wij hebben een topteam met een topkeeper!”. Vol enthousiasme protesteert D. samen met haar klasgenoot I. tegen mijn statement.

In mijn eerste jaar voor de klas organiseerde ik een voetbalwedstrijd tussen mijn mentorklas en een lerarenteam voor de Serious Request actie van 3FM. De pot stond al drie weken op de planning en naarmate het moment suprême dichterbij kwam werd de spanning groter en groter. Er werden monsterscores voorspeld, uiteraard in het voordeel van het eigen team, en grote praat over het uitdelen van panna’s was aan de orde van de dag. Toen de wedstrijd eindelijk gespeeld werd, zat de gymzaal stampvol medeleerlingen, ouders en collega’s. Mijn collega’s en ik verloren uiteindelijk met 6-4, maar dat was nog niet het ergste. Een van mijn mentorleerlingen wist mij een panna te geven. Tot overmaat van ramp had mijn zusje dit gefilmd. Uiteindelijk werd ook dit filmpje geveild voor het goede doel. Het leverde 50 euro op.

Sindsdien organiseer ik met een collega elk jaar een voetbaltoernooi voor onze leerlingen waar ook een docententeam aan meedoet. Waar ik begon met één wedstrijd tegen één klas, is het inmiddels uitgegroeid tot een toernooi waar dit jaar acht teams aan meededen en dat georganiseerd werd door de stagiair LO, een oud leerling van onze school.

Ook dit jaar gonsde het van de grootspraak in de school. In het voorbijgaan werden veelzeggende blikken uitgewisseld, vlak voor en aan het einde van de les werd er nog snel even opgeschept over hoe goed het eigen team was en in dat laatste lesuur sloot ik nog snel een weddenschap met D. Als haar team wist te scoren tegen het lerarenteam dan zou ik de hele klas trakteren. Lukte het haar team niet om te scoren, dan zou zij de klas trakteren. Ook collega’s hadden dergelijke weddenschappen afgesloten, dus de inzet was hoog.

Leerlingen uit alle leerjaren deden mee. Kinderen uit verschillende leerjaren zaten samen in een team en meiden uit de tweede klas speelden zonder angst op leven en dood tegen gasten uit de vierde. Niemand wilde verliezen, dus er werd fanatiek en fysiek gespeeld. De onderbouwers lieten zich absoluut niet aftroeven door de bovenbouwers. Sterker nog, de bovenbouwers moesten alle zeilen bijzetten. Zo wist D. tot drie keer toe een duel te winnen van een twee jaar oudere jongen, wat bij hem voor frustratie zorgde.

Ook wij leraren werden niet ontzien. Zelfs de directeur kreeg geen millimeter ruimte en moest strijden voor iedere bal. Elk tegendoelpunt dat wij kregen werd uitbundig gevierd door het scorende team en wij wisten: dit krijgen we nog vaak te horen. Gelukkig speelden we in onze poule twee keer gelijk en wonnen we een keer, dus gingen we er niet compleet van af.

“Mooi beroep hebben wij hè, dat we onder werktijd lekker een potje kunnen voetballen”

Toen ik na onze tweede wedstrijd zat uit de puffen op de gymbanken naast mijn collega’s deed ik figuurlijk een stap terug. “Mooi beroep hebben wij hè, dat we onder werktijd lekker een potje kunnen voetballen”, zei ik terwijl ik een collega aanstootte. Ik zag de twee andere teams uit de poule fanatiek voetballen, er zaten medeleerlingen die al lang uit waren op de gymbanken te kijken en er liepen collega’s tussen de twee zalen op en neer om hun mentorleerlingen aan te moedigen. Misschien nog wel mooier was dat ik jongens en meiden zag die in de les moeite hebben met rekenen, nu uitblonken met hun voetbal skills. Ik zag leerlingen die in de klas wat minder aansluiting vinden en op het veld volledig geaccepteerd werden. Ik zag ook kinderen die op school regelmatig een time-out nodig hebben omdat ze zich niet kunnen concentreren, maar hier twee uur lang geconcentreerd stonden te voetballen. En ik zag leerlingen die zich er niet bewust van waren dat hun tegenstander morgen weer de stelling van Pythagoras aan ze uit zou leggen, en leraren die even vergaten dat ze tegenover hun leerlingen stonden omdat ze koste wat het kost wilden winnen.

“Out there, on the pitch, we’re all equal. That’s what I love.”

Ik moest denken aan de Uefa “equal game” reclame, waar wereldsterren zoals Messi, Ronaldo en Pogba een balletje trappen met “gewone” jongens en meiden met als slogan: “Out there, on the pitch, we’re all equal. That’s what I love.” Nu wil ik ons lerarenteam niet vergelijken met de wereldsterren van het voetbal, maar het effect was hetzelfde. Binnen die vier lijnen, in deze andere setting dan het klaslokaal, zagen we elkaar even van een andere kant. Niet alleen als leraar en leerling, maar ook als fanatiekeling, goede voetballer, motivator, sportieveling, grappenmaker, verbinder, aanvoerder, kluns, gangmaker en bovenal, als mens.

Mijn weddenschap met D. verloor ik drie minuten voor het laatste fluitsignaal. Ze scoorde tegen ons en zocht meteen oogcontact: “Dat wordt trakteren hè meneer!!!”, riep ze naar mij wijzend uit met een enorme grijns op haar gezicht. Ook al kan ik heel slecht tegen mijn verlies, ik trakteer woensdag met liefde. De spierpijn is een warme herinnering aan wat voor mij veel meer is dan gewoon een potje voetballen. Want vandaag, binnen die vier lijnen, hebben we elkaar allemaal als gelijke gezien en op een andere manier leren kennen. Die onderlinge verbinding, die is prachtig. Ik ben gewoon een docent, maar ik zou niet anders willen.