Opinie

Onderwijsland, durf de realiteit onder ogen te zien (en stop met vragen om waardering)

De Onderwijsraad bracht afgelopen donderdag een advies uit over hoe het onderwijs de gevolgen van de coronacrisis kan ondervangen. Een vrij uitgebreid advies, waarin wordt ingegaan op de positie van kwetsbare leerlingen en wordt gekeken naar de belangen van leerlingen, ouders, scholen en leerkrachten. Dit advies bereikte uiteraard ook de media en onder andere de NOS en RTL Nieuws haastten zich om erover te berichten. En wat deden “wij” als beroepsgroep? We lazen de koppen en schreeuwden moord en brand, ik vermoed zonder het rapport zelf op te zoeken en te lezen wat de Onderwijsraad nu daadwerkelijkadviseert. Want het rapport werd in de meeste berichtgeving ontdaan van alle nuance en sterk uit zijn verband getrokken.

Berichtgeving in de media

De NOS kopte: “Onderwijsraad: begin schooljaar eerder als scholen na meivakantie dichtblijven” om in de eerste zin te stellen dat volgens de Onderwijsraad het nieuwe schooljaar eerder moet beginnen als de scholen na de meivakantie nog dicht blijven. Een heftige uitspraak, want de onderwijsvakantie is een heilig huisje waar je niet zomaar aan mag zitten. Een storm van kritiek laaide op. Begrijp me niet verkeerd, ook ik ben gehecht aan mijn vakanties. Ik ben ook van mening dat het altijd goed is om kritisch te zijn en niet alles zomaar te slikken. Maar dit laatste betekent ook dat je verder moet kijken dan je neus lang is. Of in dit geval: verder kijken dan de clickbait die je in hapklare brokken door de NOS wordt aangeboden en gretig aftrek vond. Hoe? Door simpelweg te lezen wat de Onderwijsraad zélf schrijft, in plaats van de samenvatting van de media. De meeste kritiek op het rapport is mijns inziens namelijk onterecht. Ik neem je mee in de voornaamste kritieken en zoek terug in het rapport wat er daadwerkelijk gezegd wordt. 

Kritiek 1: de Onderwijsraad neemt docenten niet serieus

Één van de meest voorkomende reacties is dat de Onderwijsraad docenten niet serieus zou nemen met dit voorstel. We werken nu met zijn allen keihard om onderwijs op afstand te geven, en dan wordt ook nog eens onze zomervakantie afgepakt?! 

Kritiek 2: leerachterstanden verzinnen we zelf

Als wij bepalen dat het gewone curriculum door moet lopen, dan creëren we leerachterstanden, maar we kunnen er ook voor kiezen de richtlijnen aan te passen, in plaats van de kinderen aan de richtlijnen aan te passen. 

Kritiek 3: gebrek aan waardering

Dit advies wordt aangegrepen als zoveelste uiting van een gebrek aan waardering. We mogen nu hard werken om onderwijs op afstand te verzorgen, en als dank worden we beloond met een kortere zomervakantie. Stank voor dank!

Het advies

Wanneer je het rapport leest, zie je dat dit beeld niet strookt met wat de Onderwijsraad daadwerkelijk adviseert. Voordat de Onderwijsraad überhaupt een paar maanden vooruit kijkt, staat zij eerst stil bij kinderen in onveilige thuissituaties. Het advies? Ondersteun scholen bij de opvang van deze jongeren door duidelijkheid te geven over wat er van ze gevraagd wordt. Pas dan schetst de Onderwijsraad verschillende “lange termijn” scenario’s, waarin zij stelt dat de schade te overzien valt als de scholen na de meivakantie weer opengaan. De zorgen gaan dan alleen uit naar leerlingen “met wie de school het contact verloren heeft, die lesmateriaal niet ophalen en niet deelnemen aan digitale lessen”

Wanneer de scholen langer dicht blijven, worden de zorgen om deze groep leerlingen groter: “Groepen leerlingen voor wie afstandsonderwijs moeilijker is, vragen dan nog meer aandacht. De raad denkt daarbij aan leerlingen bij wie thuis ondersteuning, een goede werkplek of materiële middelen ontbreken, die sneller kampen met concentratie- of motivatieproblemen of die veel instructie, structuur en begeleiding nodig hebben om te leren”. Dit lijkt mij een hele legitieme zorg. En volgens mij zijn deze kinderen ook de kinderen waar wij ons als vakdocent en als mentor ernstig zorgen over maken. De Onderwijsraad neemt deze zorgen serieus. Daarmee neemt ze ook docenten die deze zorgen delen serieus.

Pas na deze uiteenzetting over kwetsbare leerlingen wordt er gerept over de zomervakantie, en dat stuk wil ik hier integraal plaatsen: 

“In het laatste scenario (wanneer de scholen tot de zomervakantie dicht blijven, JR) valt te overwegen om anders om te gaan met de zomervakantie. Mogelijke opties zijn de vakantie inkorten of (deels) naar voren halen. Een andere optie is om de verplichte vakantieperiode te versoepelen zodat onderwijsactiviteiten voor bepaalde groepen leerlingen in de zomer mogelijk worden. Elke variant vraagt aanpassing van de Regeling vaststelling schoolvakanties 2019-2022. En aan elk kleven mitsen en maren. Het is zaak goed te kijken naar voor- en nadelen vanuit het perspectief van leerlingen en ouders én vanuit het perspectief van mensen die in het onderwijs werken.”

Lees dit stuk, het stuk wat de media oppikken en volledig uit zijn verband trekken, en je ziet hoeveel nuance er in dit advies schuilt. Het valt te “overwegen”, het is een “mogelijke optie”, het gaat over “inkorten of (deels) naar voren halen”, er is ook nog een “andere optie”, aan elke variant kleven “mitsen en maren” en het is belangrijk te kijken naar “voor- en nadelen”, waarbij mensen die in het onderwijs werken expliciet benoemd worden. 

We leren leerlingen altijd om kritisch te kijken naar nieuwsartikelen en naar de wereld in het algemeen. Dan is het zo jammer dat we zonder het advies te lezen moord en brand schreeuwen over onze heilige zomervakantie, aannemen dat de Onderwijsraad van ons verwacht dat we het curriculum afwerken zoals in ieder ander schooljaar en ons werk niet gewaardeerd wordt. Ik lees juist een advies waarin ik als docent serieus wordt genomen in de zorgen die ik heb om mijn leerlingen. Daarnaast lees ik veel nuance en een voorzichtig voorstel om “outside the box” te denken. Desperate times call for desperate measures, wordt er (terecht) afgevraagd. Want over die leerachterstanden; als er iets duidelijk wordt, dan is het wel dat sociale ongelijkheid ervoort zorgt dat het ene kind wel tot leren komt en het andere kind bij scholen uit beeld raakt. Als je docent bent: dit is/zijn die leerling(en) waar je al weken geen of slecht contact mee hebt, die niets inlevert/inleveren en die je in vergaderingen nog maar eens ter sprake brengt omdat je je ernstig zorgen maakt. Natuurlijk is het een fijne gedachte om te zeggen dat we leerachterstanden zelf “verzinnen”, omdat wij volwassenen uiteindelijk het curriculum bepalen. Dat betekent dat dit probleem heel simpel op te lossen is. Maar met deze gedachte steek je simpelweg je kop in het zand. Hoe moeilijk het ook is, accepteer dat kwetsbare leerlingen extra hard geraakt worden in deze coronacrisis en sta open voor ideeën om deze leerlingen te ondersteunen. 

Waardering

Tot slot nog de vraag die veel gesteld wordt: is het inkorten van de vakantie de manier waarop je docenten waardeert die hard werken tijdens de crisis om onderwijs te verzorgen? In een tijd waarin alle verloven van ziekenhuispersoneel ingetrokken is, zij meer uren dan ooit draaien terwijl ze een gezondheidsrisico lopen hebben wij docenten net gehoord dat we er weer 2,75% op vooruit gaan, plus een bruto bonus van € 750 euro en een verhoging van de dertiende maand. Vragen om waardering lijkt mij zeker in dit licht een zwaktebod. Waardering vraag je niet, die moet je verdienen. Je verdient waardering wanneer je onbaatzuchtig het belang van je leerlingen voorop stelt, zoals zorgpersoneel hun patiënten onbaatzuchtig voorop stellen. En dat doen we! We werken al sinds het begin van de coronacrisis met zijn allen keihard om onderwijs op afstand zo goed mogelijk vorm te geven, er ontstaan prachtige initiatieven en we hebben als beroepsgroep in een maand tijd misschien wel meer geleerd en geïnnoveerd dan in de tien jaar hiervoor. Wees hier trots op, en laat deze daden voor zichzelf spreken! Dan hoeven we niet om waardering te vragen, maar komt deze waardering vanzelf. 

Digitale tools

“Never waste a good crisis”: lesgeven op afstand tijdens de Corona crisis

Het hoge woord is eruit: in ieder geval tot 6 april blijven alle scholen gesloten. Het onderwijs moet echter wél doorgaan; dat zorgt dat docenten voor een flinke uitdaging komen te staan. Hoe beangstigend de corona crisis ook is en hoe onzeker de komende weken er echter ook uit zien, verplicht drie weken lang onderwijs op afstand hoeft niet alleen een vloek te zijn. Of, zoals Churchill ooit zei: “Never waste a good crisis”. 

Wij docenten krijgen namelijk massaal de kans om met andere vormen van onderwijs te experimenteren, waarbij we ook nog eens al onze tijd beschikbaar hebben om dat experiment uit te voeren. Als je het aandurft om buiten de gebaande paden te denken, ontdek je vele mogelijkheden om onderwijs op een andere manier te organiseren. Sommige manieren bieden mogelijk zelfs voordelen ten opzichte van klassikaal lesgeven: leerlingen kunnen op eigen tempo studeren, het wordt mogelijk om veel meer inzicht te krijgen in het leerproces van je leerlingen, je kunt veel gerichter leerlingen van feedback voorzien, er ontstaat ruimte voor onderwijs dat meer toegespitst is op de individuele leerbehoefte van leerlingen, we kunnen lesstof op een heel andere manier aanbieden die misschien wel beter aansluit bij de manier waarop leerlingen leren en we kunnen de klassieke organisatie van onderwijs (vaste momenten en in groepsverband) loslaten.

De afgelopen dagen heb ik voor mijzelf mogelijke opties op een rijtje gezet. Deze lijst is zeker niet uitputtend, ik ben absoluut geen expert op het gebied van onderwijs op afstand, maar geeft misschien wel aanknopingspunten voor onze zoektocht.

Dit is een online chat dienst van Microsoft dat onderdeel uitmaakt van het Office 365 pakket. Het biedt de mogelijkheid om op afstand met elkaar te vergaderen en bestanden uit te wisselen. Je creëert in wezen een digitaal klaslokaal waarin je op afstand je les geeft en leerlingen deze live kunnen volgen.

+ Lijkt het meest op een“normale” les
+ Mogelijkheid om uitleg te geven en live in te spelen op vragen
Wanneer er geen of slechts één laptop/computer beschikbaar is in een gezin met meerdere kinderen hebben deze kinderen een probleem
Je houdt als school vast aan een rooster tewrijl je dat nu juist los zou kunnen laten

Nearpod is een online tool om klassikale presentaties te combineren met interactie met je leerlingen. Zo kun je PowerPoints uploaden (of online een PowerPoint presentatie maken) en daarin allerlei verschillende soorten vragen, quizzen en andere interactiemomenten inbouwen. De antwoorden op deze interactiemomenten zijn allemaal terug te vinden voor jou als docent, zodat je weet of je je leerdoel bereikt hebt. Mooier nog: er bestaat ook een “student paced” functionaliteit. Dit betekent dat je een les ook kunt aanbieden op een manier dat leerlingen op een zelfgekozen moment de les kunnen volgen en jij hun voortgang kan bekijken. 

+ PowerPoints die je al gemaakt hebt kun je probleemloos uploaden en gebruiken
+ Leerlingen ontvangen direct feedback op hun gemaakte werk
+ Het is voor jou als docent inzichtelijk of leerlingen het leerdoel behaald hebben
+ Werkt goed in combinatie met een online lesmethode
+ Leerlingen kunnen de les volgen op een zelfgekozen moment
– Er is geen mogelijkheid om direct verlengde instructie te bieden, dit zul je op voorhand moeten voorbereiden en leerlingen op dezelfde manier aan moeten bieden
– Om alle functionaliteiten te krijgen moet je de betaalde versie aanschaffen

Twee tools die qua functionaliteit veel lijken op Nearpod (zie hierboven) met hier en daar wat nuanceverschillen. Lessonup is een Nederlands product.

  • Flipping the classroom

Je kunt leerlingen gebruik laten maken van video’s op YouTube waarin de stof uitgelegd wordt en ze vervolgens zelfstandig de verwerkingsopdrachten laten maken. Je kunt deze verwerkingsopdrachten laten inleveren via email of magister om je leerlingen van feedback te voorzien. Voor veel vakken zijn er goede instructievideo’s beschikbaar, maar je kunt ook je eigen instructie opnemen zodat volledig controle hebt over de instructie die leerlingen te zien krijgen. Je kunt bijvoorbeeld met Microsoft Teams een moment in de week inplannen waarop je het huiswerk bespreekt met leerlingen.

– Je moet alsnog een feedbackmoment
+ Sluit aan bij wat leerlingen vaak thuis al doen om een toets voor te bereiden
+ Is te combineren met andere tools, bijvoorbeeld Microsoft Teams
+ Je kunt de video’s ook volgend schooljaar weer gebruiken
– Als er weinig goede video’s voor je vak te vinden zijn dan is het arbeidsintensief
– Je moet alsnog een feedbackmoment organiseren

Formative is een tool die je in staat stelt online les te geven, vragen te stellen aan je leerlingen, deze vragen live te beoordelen en van feedback te voorzien. Je kunt materiaal gebruiken dat je al hebt door het te uploaden, of zoeken in de database (voornamelijk Engelstalige lessen) en gebruik maken van een les van een collega. 

+ Les op afstand met de mogelijkheid om bestaand materiaal te gebruiken
+ Mogelijkheid om leerlingen te testen tijdens de les en zo het leerproces te volgen
+ Mogelijkheid om leerlingen direct van feedback te voorzien
+ Mogelijkheid tot gratis gebruik i.v.m. Corona crisis (zie website)
– Vergt wat tijd om de mogelijkheden te ontdekken

Socrative is een tool om formatief te toetsen. Als docent kun je op zes verschillende manieren de kennis van leerlingen toetsen zodat je inzicht krijgt in hun leerproces. Deze quizzen moet je op voorhand maken en delen met je leerlingen. Je kunt ze ook verzenden naar een collega zodat die dezelfde quiz kan inzetten. Er is echter geen zoekbare database. Heb je eenmaal een quiz gemaakt, dan blijft deze wel voor jou bewaard.

+ Formatief toetsen of leerlingen de lesstof verwerkt hebben
+ Quizzen zijn deelbaar met collega’s
– Geen instructiemogelijkheid
– Geen zoekbare databank met quizzen zoals Kahoot dat heeft

ClassDojo is een soort veilig sociaal media platform voor je klassen waarin je leerlingen kan complimenteren, je berichten kan plaatsen voor leerlingen en ouders en op allerlei manieren in contact kan zijn/blijven met je klas. Misschien nog wel belangrijker: ClassDojo heeft een portfolio functionaliteit waar leerlingen allerlei documenten kunnen uploaden. Je kunt dit bijvoorbeeld inzetten voor de creatievere vakken, zodat leerlingen door middel van foto’s en video’s jou kunnen laten zien wat ze gemaakt hebben. Ook voor de zaakvakken kun je Classdojo inzetten. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld simpelweg foto’s van gemaakte opdrachten maken en uploaden zodat jij mee kan kijken en feedback kan geven. 

+ Een portfolio optie voor o.a. creatieve vakken
+ Maakt leren leuk omdat het veel manieren heeft om leerlingen positief te berkachtigen
+ Is geheel gratis
– Minder geschikt als tool om les te geven op afstand

  • Online omgeving van je lesmethode

Tegenwoordig heeft vrijwel elke lesmethode een online omgeving. Ik ken het: door te weinig computerlokalen en het gemak van het boek maak je er op school niet altijd gebruik van. Dit is de kans om die online lesmethode eens te ontdekken en in te zetten. Vaak kunnen leerlingen online opdrachten maken, waarvan de voortgang voor jou als docent inzichtelijk is. Soms kun je zelfs bepaalde opdrachten klaarzetten voor leerlingen, of leerlingen op een hoger/lager niveau laten werken. 

Het is een onzekere tijd waarin wij als beroepsgroep moeten zoeken naar hoe we dit probleem gaan tackelen. Echter, we kunnen het ook als meer zien dan alleen een probleem; het is ook een kans om meer maatwerk te leveren en leerlingen direct van feedback te voorzien tijdens hun leerproces. Gaan jullie mee op ontdekkingsreis? 

P.s. Dit zijn zomaar een paar opties om te gebruiken. Mis ik een handige tool? Laat het mij vooral weten, dan kan ik hem toevoegen.

Blog

Gewoon een docent

Welkom op mijn site. Fijn dat je er bent! Mijn naam is Jesse Rutters en ik ben “gewoon” een docent, zoals er zoveel zijn. Maar juist in dat “gewone” schuilt iets heel bijzonders. Als je bereid bent wat beter te kijken, dan zie je als docent prachtige dingen gebeuren. Natuurlijk de bekende ‘aha-erlebnis’ wanneer bij een leerling het kwartje valt, maar ook een intiem inkijkje in misschien wel de meest fascinerende jaren in het leven van een kind: de ontwikkeling naar volwassenheid. Groei is nooit lineair, en dat geldt zeker voor de puberteit. Wij docenten mogen er zijn om kinderen op te vangen wanneer het mis gaat en vanaf de zijlijn te genieten wanneer het goed gaat. Als docent ondersteun ik leerlingen didactisch en pedagogisch, maar mijn leerlingen zijn niet de enigen die leren. Ook ik leer regelmatig en verander hoe ik naar bepaalde dingen kijk.

Met deze site wil ik verslag doen van mijn leerproces en mijn (veranderende) kijk op alles wat met onderwijs te maken heeft. Wat kun je hier verwachten? Onder andere een klein kijkje in mijn lespraktijk, mijn mening over de actualiteit, praktische tips over digitale tools die ik inzet tijdens mijn lessen en een positief geluid over onderwijs met soms een kritische noot. Laat je mij weten wat je er van vindt?

Blog

Voor even gelijk

Donderdagmiddag, ons laatste lesuur van de dag. Met ons bedoel ik de 2 basis klas die ik op dat moment lesgeef en mijzelf. De eerste veertig minuten is er nog met pijn en moeite aan een nieuwe paragraaf in het boek gewerkt, maar de aandacht voor economie is nu echt verdwenen. “Meneer, ik ga straks bij jullie scoren hè!”, zegt D. “Dat gaat je nooit lukken!”, zeg ik, “wij hebben een topteam met een topkeeper!”. Vol enthousiasme protesteert D. samen met haar klasgenoot I. tegen mijn statement.

In mijn eerste jaar voor de klas organiseerde ik een voetbalwedstrijd tussen mijn mentorklas en een lerarenteam voor de Serious Request actie van 3FM. De pot stond al drie weken op de planning en naarmate het moment suprême dichterbij kwam werd de spanning groter en groter. Er werden monsterscores voorspeld, uiteraard in het voordeel van het eigen team, en grote praat over het uitdelen van panna’s was aan de orde van de dag. Toen de wedstrijd eindelijk gespeeld werd, zat de gymzaal stampvol medeleerlingen, ouders en collega’s. Mijn collega’s en ik verloren uiteindelijk met 6-4, maar dat was nog niet het ergste. Een van mijn mentorleerlingen wist mij een panna te geven. Tot overmaat van ramp had mijn zusje dit gefilmd. Uiteindelijk werd ook dit filmpje geveild voor het goede doel. Het leverde 50 euro op.

Sindsdien organiseer ik met een collega elk jaar een voetbaltoernooi voor onze leerlingen waar ook een docententeam aan meedoet. Waar ik begon met één wedstrijd tegen één klas, is het inmiddels uitgegroeid tot een toernooi waar dit jaar acht teams aan meededen en dat georganiseerd werd door de stagiair LO, een oud leerling van onze school.

Ook dit jaar gonsde het van de grootspraak in de school. In het voorbijgaan werden veelzeggende blikken uitgewisseld, vlak voor en aan het einde van de les werd er nog snel even opgeschept over hoe goed het eigen team was en in dat laatste lesuur sloot ik nog snel een weddenschap met D. Als haar team wist te scoren tegen het lerarenteam dan zou ik de hele klas trakteren. Lukte het haar team niet om te scoren, dan zou zij de klas trakteren. Ook collega’s hadden dergelijke weddenschappen afgesloten, dus de inzet was hoog.

Leerlingen uit alle leerjaren deden mee. Kinderen uit verschillende leerjaren zaten samen in een team en meiden uit de tweede klas speelden zonder angst op leven en dood tegen gasten uit de vierde. Niemand wilde verliezen, dus er werd fanatiek en fysiek gespeeld. De onderbouwers lieten zich absoluut niet aftroeven door de bovenbouwers. Sterker nog, de bovenbouwers moesten alle zeilen bijzetten. Zo wist D. tot drie keer toe een duel te winnen van een twee jaar oudere jongen, wat bij hem voor frustratie zorgde.

Ook wij leraren werden niet ontzien. Zelfs de directeur kreeg geen millimeter ruimte en moest strijden voor iedere bal. Elk tegendoelpunt dat wij kregen werd uitbundig gevierd door het scorende team en wij wisten: dit krijgen we nog vaak te horen. Gelukkig speelden we in onze poule twee keer gelijk en wonnen we een keer, dus gingen we er niet compleet van af.

“Mooi beroep hebben wij hè, dat we onder werktijd lekker een potje kunnen voetballen”

Toen ik na onze tweede wedstrijd zat uit de puffen op de gymbanken naast mijn collega’s deed ik figuurlijk een stap terug. “Mooi beroep hebben wij hè, dat we onder werktijd lekker een potje kunnen voetballen”, zei ik terwijl ik een collega aanstootte. Ik zag de twee andere teams uit de poule fanatiek voetballen, er zaten medeleerlingen die al lang uit waren op de gymbanken te kijken en er liepen collega’s tussen de twee zalen op en neer om hun mentorleerlingen aan te moedigen. Misschien nog wel mooier was dat ik jongens en meiden zag die in de les moeite hebben met rekenen, nu uitblonken met hun voetbal skills. Ik zag leerlingen die in de klas wat minder aansluiting vinden en op het veld volledig geaccepteerd werden. Ik zag ook kinderen die op school regelmatig een time-out nodig hebben omdat ze zich niet kunnen concentreren, maar hier twee uur lang geconcentreerd stonden te voetballen. En ik zag leerlingen die zich er niet bewust van waren dat hun tegenstander morgen weer de stelling van Pythagoras aan ze uit zou leggen, en leraren die even vergaten dat ze tegenover hun leerlingen stonden omdat ze koste wat het kost wilden winnen.

“Out there, on the pitch, we’re all equal. That’s what I love.”

Ik moest denken aan de Uefa “equal game” reclame, waar wereldsterren zoals Messi, Ronaldo en Pogba een balletje trappen met “gewone” jongens en meiden met als slogan: “Out there, on the pitch, we’re all equal. That’s what I love.” Nu wil ik ons lerarenteam niet vergelijken met de wereldsterren van het voetbal, maar het effect was hetzelfde. Binnen die vier lijnen, in deze andere setting dan het klaslokaal, zagen we elkaar even van een andere kant. Niet alleen als leraar en leerling, maar ook als fanatiekeling, goede voetballer, motivator, sportieveling, grappenmaker, verbinder, aanvoerder, kluns, gangmaker en bovenal, als mens.

Mijn weddenschap met D. verloor ik drie minuten voor het laatste fluitsignaal. Ze scoorde tegen ons en zocht meteen oogcontact: “Dat wordt trakteren hè meneer!!!”, riep ze naar mij wijzend uit met een enorme grijns op haar gezicht. Ook al kan ik heel slecht tegen mijn verlies, ik trakteer woensdag met liefde. De spierpijn is een warme herinnering aan wat voor mij veel meer is dan gewoon een potje voetballen. Want vandaag, binnen die vier lijnen, hebben we elkaar allemaal als gelijke gezien en op een andere manier leren kennen. Die onderlinge verbinding, die is prachtig. Ik ben gewoon een docent, maar ik zou niet anders willen.

Opinie

Waarom de vmbo-klas niet het probleem is

Dit artikel verscheen in de Nationale Onderwijskrant 2019 en op platform het kind van stichting nivoz

Velen noemden het artikel van Johannes Visser waarin hij vertelt dat hij zijn vmbo 3 klas niet stil kon krijgen “moedig”. In een tijd waarin we successen opblazen en van de daken schreeuwen, is toegeven dat iets niet lukt inderdaad moedig en waardevol. Johannes Visser wijst in zijn artikel terecht op het belang van “orde houden” voor een docent: “Iedere leraar weet: orde in de klas is een voorwaarde om les te kunnen geven, om kinderen iets te leren”. Dit is een thema dat ook in mijn lespraktijk als beginnend docent op het vmbo een centrale rol inneemt.  

Toch zet ik mijn vraagtekens bij zijn probleemanalyse. Zo vertelt hij dat hij dezelfde les voor vwo 2, havo 3 en vmbo 3 had voorbereid. Naarmate het leerwegniveau daalde, verliep de les stroever: ‘In 3 vmbo deed bijna niemand iets. Het werd rumoerig, leerlingen probeerden stiekem YouTube-filmpjes te kijken, schreeuwden van de ene naar de andere kant van de klas.’ De reactie van Johannes Visser was naar eigen zeggen wat hij altijd al had gedaan: ‘er niet te veel aandacht aan besteden, en de volgende les streng beginnen.’ Ook de volgende les loopt het mis; hij moet van lokaal wisselen en het te behandelen onderwerp (het gebruik van lidwoorden) is te saai voor pubers. 

Elke keer dat de auteur dicht bij de kern van het probleem komt, draait hij mijns inziens om de hete brij heen door te verwijzen naar externe factoren. Ja, op het vmbo zitten meer ‘leerlingen met leerproblemen, motivatieproblemen, gedragsproblemen en handelingscontroleproblemen in de klas’, hebben leerlingen over het algemeen meer aandacht nodig en komen er door passend onderwijs steeds meer leerlingen in het regulier onderwijs die vroeger zouden zijn uitgestroomd naar speciaal onderwijs. En eerlijk is eerlijk, ik ken maar weinig pubers die, wanneer ze de keuze zouden hebben, zich vrijwillig zouden verdiepen in het gebruik van lidwoorden. 

“Leerlingen op het vmbo hebben jouw vakmanschap misschien wel harder nodig dan de gemiddelde havist of vwo-er.”

Een docent heeft, helaas, weinig invloed op al deze factoren. De andere kant is echter dat leerlingen op het vmbo jouw vakmanschap misschien wel harder nodig hebben dan de gemiddelde havist of vwo-er. De factoren die jij als docent namelijk wél kan beïnvloeden, leveren bij deze doelgroep direct leerwinst op. Lesgeven is geen kunstje, maar een vak. Een vak waarin je voor de zware uitdaging staat je meerdere rollen eigen te maken. Als docent ben je onder andere pedagoog: je moet vanaf les één interesse tonen in je leerlingen, voorspelbaar en consequent zijn, duidelijke kaders bieden en zorgen voor een veilig klassenklimaat. Het kennen van hun namen is ongeacht het niveau daarbij essentieel. Visser zegt: ‘Ik kende geen van de namen van de leerlingen. In m’n vwo-klas kwam ik daarmee weg, daar kon ik zeggen ‘klas, ik wil dat jullie stil zijn’, maar in m’n vmbo-klas moest ik iedereen individueel aanspreken.’ Ook die vwo-leerling verdient het om gezien te worden. Dat je er mee weg komt, betekent niet dat vwo-leerlingen geen behoefte hebben aan een persoonlijke aanpak.

Je bent tevens didacticus: je moet leerstof aanbieden op niveau, een stap terug kunnen doen wanneer de benodigde voorkennis ontbreekt en leerlingen de tools bieden om vrije opdrachten uit te voeren. De heilige graal is om “saaie” lesstof zo aan te bieden dat leerlingen het belang ervan inzien en je hen kan inspireren. Op het moment dat jij leerlingen weet te boeien, ontstaat er geen rumoer en kunnen die YouTube-filmpjes wel even wachten.

“Ook een natuurtalent zal regelmatig onderuit gaan. Lesgeven is immers een ervaringsvak.”

Dit kun je niet van de één op de andere dag, ook een natuurtalent zal regelmatig onderuit gaan. Lesgeven is immers een ervaringsvak. Maar wanneer je kritisch durft te kijken naar je eigen handelen, zie je dat de factoren die je wel kunt beïnvloeden door je te bekwamen in je vak uiteindelijk die externe factoren minder belangrijk kunnen maken. Juist vmbo-leerlingen schatten dit vakmanschap op waarde en geven je er waardering voor.

Dat kan inderdaad niet op halve kracht. Het vergt passie voor wat je doet, zelfkritiek en doorzettingsvermogen. Ik ben er nog lang niet, ook ik maak met grote regelmaat fouten. Ik heb nog heel veel te leren. Dat maakt het docentschap zo mooi. Maar gelukkig kan ik ook vóór Kerstmis lachen wanneer ik lesgeef, zonder daardoor de controle te verliezen. Ik gun Johannes Visser de energie om zijn zoektocht voort te zetten zodat hij zijn concept artikel af kan maken en kan publiceren. Maar belangrijker nog: zodat hij als docent voorbij de stereotypes kan kijken en kan genieten van de prachtige jonge mensen die op onze vmbo’s zitten.